De zon zakt langzaam en verdwijnt bijna achter de horizon.
De rillingen gaan door mijn lijf. Ik ben bang om mijn controle te verliezen.
Want ik weet dat het gaat gebeuren, hoe hard ik mij er ook tegen verzet.
Zodra die zon zich niet meer laat zien en is verdwenen.
Dan breekt er in mijn lichaam de hel los.

Mijn ademhaling begint zwaar te worden. Met mijn ogen dicht lig ik op de grond.
Ik probeer de controle die er nog is te behouden. Voor zolang het nog duurt.
Want ik weet dat ik mijzelf alleen maar voor de gek houd.
Inmiddels is de zon verdwenen achter de horizon.
De rillingen gaan langzaam over in schokken, heftige schokken.
Ik besef dat ik de controle op dit punt kwijt ben.
Pijn is wat ik voel in mijn lichaam.
Alsof ik uitelkaar wordt getrokken, schiet ik overeind.
Er schieten bij mijn schouders twee vleugels uit mijn rug.
Al fladderend sieren zij nu mijn lichaam.
Plots schiet er weer een scheut van pijn door mij heen.
Ik beland op mijn handen die ik inmiddels voorpoten kan noemen.
Grof geschapen en bewapend met een scherpte waar je u tegen zegt.

Mijn huid wordt langzaamaan vervangen. Razendsnel verschijnen er schubben en scherpe stekels.
Deze schubben en stekels eindigen bij het puntje van mijn staart.
Een homp vlees zwiept heen en weer aan mijn lichaam.
Onwennig, merk ik. Mijn balans is nog ver te zoeken.
Voorzichtig kan ik concluderen dat de pijn wegzakt.
Een gruwelijke brul komt er uit mijn bek vol met afzichtelijke punten.
Hijgend van uitputting plof ik neer.

Met volle besef realiseer ik mij dat dit niet te benoemen is.
Met geen enkel gevoel kan ik dit verwoorden.
Wat moet ik toch? Wat kan ik toch doen?
Een gevoel van hulpeloosheid bekruipt mij.
Ik ben alleen en ik sta er alleen voor.
Zwaar hijgend kom ik overeind.
Ik wil dit niet, ik kan dit niet.
Mijn vleugels spreiden en ik vlieg de horizon tegemoet.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *