Ik ben zo’n azijnzeiker of beter gezegd: zo’n taalnazi. Zo eentje die je ineens niet begrijpt als je bepaalde spellingen of bepaalde grammatica verwisseld.
Het doelbewust verpesten van de Nederlandse taal doet mij toch wel pijn.
Ik kom er gewoon eerlijk voor uit: ik ben een ras echte zeikerd als het op taal aan komt. Mijn vriend laat mij al bepaalde dingen niet meer lezen omdat hij moe van mij wordt. Moe van mijn gezeur, gezeik en gezanik.
Ik heb mijzelf maar aangeleerd mijn ergernissen in te slikken. Want mijn omgeving kan het niet altijd waarderen als ik weer eens de wijsneus probeer uit te hangen. Maar soms kan ik er echt niet bij met mijn verstand. Ik heb mijn basisschool netjes afgemaakt, net zoals velen hier in Nederland. Maar toch verbaas ik mij telkens weer dat de basiskennis soms ver te zoeken is.
Gefrustreerd lees ik soms reacties op Facebook of op andere plekken en de meest simpele woorden worden dan zo fout mogelijk gespeld dat het lijkt alsof er een wedstrijd gaande is: hoe fouter de spelling, hoe beter.
Onder het mom van: ‘Je begrijpt wel wat ik bedoel’ wordt dan een poging gedaan om de foute spelling goed te praten.
Ik beken: ik ben geen superheld of universitaire professor wat betreft de Nederlandse taal. Op z’n tijd zoek ik ook de schrijfwijze van een woord op of check ik toch even of ik een bepaalde werkwoord op de juiste manier vervoegd heb. Maar dat heeft toch te maken met het feit dat ik niet alles weet, maar dat ik het toch wel graag zou willen weten. Want er is niks erger voor mij als taalneuroot om door iemand anders op mijn spelling gewezen te moeten worden. Dan denk ik achteraf: dat had ik toch wel moeten zien of moeten weten.
Ik ben imperfect, net zoals vele andere Nederlanders. Maar wij als Nederlanders zouden op z’n minst de simpelste woorden op de juiste manier moeten kunnen gebruiken of schrijven.
Daarom een top 8 van mijn ergernissen in de Nederlandse
(schrijf-)taal waar ik vaak tegen aan loop:

Gebruik van leestekens
Of eigenlijk in de meeste gevallen worden deze gewoon niet gebruikt.
Geen punten, geen komma’s. Of het ergste van alles: geen gebruik van vraagtekens. Ik kan dan behoorlijk in de war raken.

Nieuwsgierig/nieuwschierig
Het is dus gewoon nieuwsgierig. Laat in dit geval die ch gewoon lekker thuis en gebruik die g! Zo zijn er meerdere woorden die vaak foutief gespeld worden.
Maar laat ik daar nu maar niet op in gaan.

Zij of zei
Deze twee woorden worden (nog zo’n leuke instinker) nog best wel vaak verwisseld. Zei is de verleden tijd van het werkwoord zeggen en zij is weer het onderwerp in de zin. Peanuts, toch?

De t
Vaak weten veel mensen niet waar die extra t achter geplakt moet worden of waar ze die t juist weg moeten laten.
Om maar even wat voorbeelden te noemen:
Ik word (zonder extra t).
Hij/jij/zij wordt (met t).
En als hij/jij/zij weer achter het werkwoord terecht komt, bijvoorbeeld in een vragende zin dan verdwijnt die t weer.

Enige of enigste?
De betekenis van enig(e) is om precies te zijn als volgt (in deze context geplaatst): waarvan er geen tweede is.
Een enig kind kan niet meer enigst kind zijn dan een andere enig kind. Snap je hem nog? Dus het is eigenlijk overbodig om het woord zo te vervoegen in de overtreffende trap.

Opnieuw of overnieuw?
Overnieuw is in de Nederlandse taal toch zeer geaccepteerd en zelfs in 2005 is opgenomen in het Groene Boekje. Het de grote Van Dale (2015) neemt overnieuw op met het label ‘informeel’. Hoewel de naslagwerken er geen bezwaar tegen hebben bij het gebruik van overnieuw, zijn er wel mensen (zoals ik) die het toch als fout beschouwen.
In mijn beleving is het gewoonweg iets opnieuw of overdoen. En tja, zolang Van Dale zegt dat het informeel is, zal ik het zeker niet gebruiken bij het schrijven van een boek of sollicitatiebrief.

Als/dan
Vaak worden deze twee verkeerd gebruikt in een zin. Ik hoor je denken, is er dan een verschil tussen deze twee woorden naast het feit dat ze anders gespeld worden? Ja, natuurlijk. Als wordt gebruikt bij het aangeven van een gelijkheid (hij is net zo groot als ik). En als je een verschil wil benadrukken dan gebruik dan (hij is groter dan ik).

Jou/jouw – mij/mijn
Jouw en mijn zijn bezittelijke voornaamwoorden en deze staan altijd voor een woord waar jij de eigenaar van bent of iets wat jou toebehoort.
Het lijkt simpel, maar toch gaat het vaak fout.

Vaak zul je er mij niet meer over horen. Ik heb mijn gal nu weer even kunnen spuwen. En deze taalneuroot trekt zich weer even terug in haar grot om zich te verdiepen in de Nederlandse taal, een lastige taal. Waarbij zelfs de beste kenners een fout kunnen maken. Want een taal leeft en kan soms net zo veranderlijk zijn als het weer met al die regeltjes.

Corine

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *