Het lijkt wel een eeuwigheid te duren, de wandeling door de bossen.
Hoge bomen en de vele struiken lijken zoveel op elkaar.
En de sombere uitstraling geeft mij een rilling die nog wel even blijft hangen.
Langzaam doemt er iets op tussen al die grauwigheid.
Grijswitte stenen steken af tegen de gekleurde bladeren die nog aan de bomen hangen.
Al naderend zie ik het gebouw dichterbij komen.
Een mooie massa aan grijswitte stenen hoog opgebouwd aan het water.
Over de vijver hangt een brug die leidt naar een rode toegangsdeur.

Een apart gevoel gaat er door mij heen als ik over de brug loopt.
Deze kasteelhoeve, deze man. Beide stralen een ouderdom uit.
Statig staat de man voor de poort en haalt een koperkleurige sleutel te voorschijn.
Ik zie dat de man wat moeite heeft om de sleutel op z’n plek te
krijgen.
De enkele seconde die de man nodig heeft, lijken minuten te duren.
Ergelijk kijk ik maar in het rond en bekijk de omgeving.
Aan de vijver staat een enkele treurwilg die de rand van de vijver treurig ondersteunt.
Het mooie heldere water van de vijver weerkaatst nog de laatste stralen zon van de dag.
Even kijk ik omhoog, naar de muren van het gebouw.
Machtig vormen ze een kasteelhoeve. Maar de grootte van het
kasteel lijkt mij nog behoorlijk tegen te vallen.
Een gekuch onderbreekt mijn concentratie.
Ik zie dat inmiddels de poortdeur is geopend en de grijze man staat te wachten in de opening.
Ik loop door en bevind mij dan op een binnenhofje.

De zware deur wordt met een bonk gesloten. Voordat ik de kans krijg om weer uitgebreid mijn omgeving in mij op te nemen, begint de man te spreken.
‘Welkom op Kasteel den Beauvoorden. Vanaf nu is dit je thuis. Je bent vrij om te gaan en te staan waar je wilt. Maar zonder toestemming mag je deze kasteelhoeve niet verlaten.’
Er valt een stilte. Er borrelt iets in mij. Frustratie, woede.
“Verdomme, ben ik dat hele eind meegelopen voor dit?” Ik draai mij om en gooi mijn handen in de lucht al wijzend naar het logge gebouw die verder ook geen schoonheid uitstraalt.
‘Ik had er wel wat meer van verwacht, en nu wil ik weleens weten wie jij bent en wat je van mij wilt.’
De stilte die eerder al was gevallen volgt nu verder. Ik draai mij om en ik merk dat ik weer alleen ben.
‘Vervelend oud mannetje,’ verzucht ik. Wederom bekijk ik nog eens het logge gebouw.
‘Mijn thuis dus,’ mompel ik. ‘Mijn thuis.’

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *