‘Het kan niet waar zijn,’ roept hij uit. ‘Dit kan je niet menen.’
‘En toch is het zo, jongen. Je kan er heel moeilijk over doen, maar dit zijn de feiten. Zo ben ik en niet anders.’ Een oudere vrouw van ergens in de vijftig kijkt haar zoon vol liefde aan en glimlacht.

En zo begint het verhaal tussen een moeder en een zoon.
Wat betreft de titel; veel kan ik hier nog niet over zeggen.
Want ik ken de hoofdpersoon eigenlijk amper. Dit keer is het een mannelijk persoon; Diederik. Het enige wat ik tot nu toe weet is dat hij een gesprek heeft gehad met zijn moeder.
Dus met de titel komen we niet ver dit keer. Laat ik die maar even ergens parkeren en verder gaan met Diederik.
Diederik is een jongeman van begin twintig, een niet veelzeggend uiterlijk, net zoals de titel van het verhaal niet veelzeggend is.
Maar zijn karakter daarentegen is zeer bijzonder, maar aangezien de bedoeling van dit verhaal is om kort en krachtig te blijven, wijd ik daar ook niet veel over uit.
Zijn moeder en zijn zus zijn de enige twee vrouwen in zijn leven. Als ik hem vraag naar zijn vader breekt er ineens een veel meer zeggende stilte aan. Een stilte die zo scherp is als een pas geslepen slagersmes.
De pijn voel ik en ik neem zijn blik in mijn op. Ik kan het niet beschrijven, tenminste nu nog niet.

Ik laat Diederik even zijn gang gaan, het is immers zijn verhaal en daarmee eigenlijk ook zijn leven.
Ik kijk Diederik aan, diepblauwe ogen die bescheidenheid en vriendelijkheid uitstralen.
De stilte die eerder al gevallen was, duurt maar voort. Ik geef hem een duw.
‘Kom op, Diederik. Het is nu jouw beurt.’
Hij kijkt mij geschrokken aan.
‘Wat mijn beurt?’
‘Het vertelstokje van mij overnemen. Je moet je eigen verhaal vertellen’

Een diepe zucht volgt en zijn ogen rollen.
‘Ik weet dat je normaal niet zo bent. Dus vertel; wat is er gebeurd?
Die ellendige stilte die in mijn beleving een eeuwigheid duurt en steeds pijnlijker lijkt te worden.
‘Ben je uit de kast gekomen en vielen de reacties tegen? Net gedumpt, ontslagen of is je moeder dood?’
‘Houd is op zeg!’ Een boze blik wordt mijn kant opgeworpen alsof het mij schade moet toebrengen.

Hij vertelt mij over zijn nieuwsgierigheid naar zijn vader, een man die hij nooit gekend heeft.
Zijn moeder heeft er nooit over gesproken, zo vertelt hij.
En eigenlijk heeft het hem, zolang hij zich kan herinneren, ook niet geïnteresseerd.
Want wie niet bij hem in zijn leven wil zijn, kan ook lekker wegblijven.
In eerste instantie verschijnt er een glimlach om zijn mond.
De lach is nog aanwezig als hij vertelt dat zijn moeder, een vrouw van ergens in de vijftig, nooit een man heeft gehad.
De lach verdwijnt eigenlijk vrij snel weer als hij vertelt over het gesprek met zijn moeder.
Diederik, zo vertelt hij, is niet ontstaan uit liefde maar uit een vreemd. Een onbekende. Niet eens een One Night Stand, maar uit een zaaddonor.
Gewoon omdat zijn moeder niet van mannen hield.
‘Ik zal maar niet herhalen hoe zij dat precies verwoordde,’ met schaamrood op de wangen begint hij de lachen.
‘Ze hield gewoon niet van mannen, maar wel van vrouwen dan?’
Diederik zucht. ‘Ze is gewoon hartstikke pot, maar echte liefde heeft ze schijnbaar nooit gevonden. En nu vind ze het wel best zo.’
Ik zwijg maar, wetend dat Diederik en zijn zus de grote liefdes zijn in zijn moeders bestaan.

En om er maar een eind aan te breien. Mijn verhaal is een reflectie van hoe ik mij niet zou moeten voelen.
Schaamte; de schaamte voor mijn woorden die een verhaal vormen.
Mijn gedachten, de beelden in mijn hoofd maken plaats voor woorden; mijn verlangen om te schrijven.
Dit is van mij en jij bent de geluksvogel met wie ik het mag delen.
En ik heb de eer om met mijn woorden jouw gedachten te bevuilen, te bewonderen, te sturen, en te bedenken of jouw gedachten links of rechts gaan of hoog de wolken in.

Corine

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *