Ja, de twijfels waren er. Maar de nieuwsgierigheid won het van de twijfels, de angst. En wat heb ik nu een gigantische spijt dat ik toegegeven heb aan mijn nieuwsgierigheid. Het is het aard van het beestje.
In dit geval een hele slechte eigenschap die op een later tijdstip maar eens onder de loep genomen dient te worden. Maar ook is er natuurlijk die zusterliefde. Tenminste, dat beweert mijn moeder.

Ik kijk om mij heen en bedenk mij dat ik wel enorm veel zusterliefde moet hebben voor dat wicht van een zus van mij.
Dat ik ooit gedacht had mijzelf hier terug te vinden; tussen deze muren die voor mijn zus zo heilig zijn.
Sinds zij, zo’n tien jaar geleden, ervoor heeft gekozen om in te treden in dit klooster heb ik haar niet meer gezien.
Zelf heb ik nooit de behoefte gehad. De band die we voordien hadden was al niet veel waard. Ze leefde, in mijn belevenis, geheel in haar eigen wereld. Met haar hoofd in de wolken volbracht ze haar goede daden.
Niemand had wat op haar aan te merken. Zo vlekkeloos perfect.
Hoe zij sprak en alles wat zij deed, daar kon ik nog wat van leren, werd er gezegd.

Een lichte zucht ontsnapt mij en ik kijk om mij heen naar de machtig hoge muren en een immens lange hal.
De herfst zon schijnt lauw door de breekbare ramen naar binnen.
‘Hey, zus! Fijn je eindelijk te zien!’
Ik kijk omhoog en ik zie vervolgens een dame staan met donker blond haar gebonden in een lange paardenstaart.
Wel sobere kleding, maar geen nonnengewaad, zoals ik eigenlijk wel had verwacht.
Ik sta op van het ongemakkelijke bankje waar ik mijn besef voor tijd geheel ben kwijtgeraakt.
Ongemakkelijk omhels ik de dame die mijn zus schijnt te zijn.
‘Hey, Lonneke. Alles goed?’ vraag ik haar met een flauwe glimlach.
‘Ik kan niet anders zeggen dan dat het goed gaat met mij. Het is fijn je eindelijk weer te zien, Brechje.’
Een moment van stilte zorgt ervoor dat mijn gedachten alle kanten opschieten. Wat moet ik toch van haar denken? Is ze dan echt zo fantastisch als iedereen zegt? Moet ik echt meer voorbeeld aan haar nemen?
Snel schud ik deze gedachten van mij af. In gedachten spreek ik
mijzelf streng toe: ‘Verdomme, niet zo stom doen. Klaar en doorgaan!’
‘Nou, laat mij jouw leven maar eens zien. Ik ben benieuwd’ een glimlach volgt om de oprechte toon te benadrukken.
Bij Lonneke zie ik dat de glimlach van het eerste moment niet meer is verdwenen. Ze draait zich om en ik volg mijn zus door de gangen van het mysterieus grote gebouw.
De stilte in het gebouw valt mij op, en wellicht beangstigt het mij ook wel. En het valt mij op dat ik niemand meer heb gezien sinds ik binnen ben gelaten.
‘Met hoeveel mensen woon je hier eigenlijk?’
Lonneke kijkt kort over haar schouder. ‘Wij wonen hier in totaal met 14 dames.’
Eenmaal aangekomen in een hal met een tal van deuren stoppen we halverwege. Lonneke opent een deur en laat mij binnen.
Een simpele kamer die niet groot is en is aangekleed met een bed, een nachtkastje met bijbehorend lampje, een stoel en een simpele kledingkast.
‘Niet veel te bewonderen hier, zoals het bedoelt is. Maar voor mij is dit ook meer dan genoeg.’ Lonneke kijkt tevreden om zich heen.

Plots staat er een wat oudere dame in de deuropening.
Nogal gehaast en zenuwachtig werpt ze een blik op mij.
‘Lonneke, we hebben u nodig. Bent u in de gelegenheid om mee te komen?’
‘Kan het niet wachten? Zoals je ziet heb ik bezoek.’
‘Er is nogal haast bij eigenlijk.’
Ik merk een lichte irritatie bij Lonneke die vrijwel direct weer wegebt.
Met een glimlach kijkt ze mijn kant op.
‘Neem mij niet kwalijk, lieve Brechje. Er komt even iets tussen. Als je deze hal doorloopt kom je in de eetzaal terecht. Als je wil kan je hier wat eten of drinken krijgen van één van de zusters.’

En voor ik het weet is Lonneke weg. Ik sluit de deur van haar kamer en loop de gang door.
Al kijkend om mij heen verbaas ik mij weer over die machtig hoge muren gebouwen en de ruimte van het gebouw. Tot nog toe is het niet wat ik verwacht had.
De hartelijkheid en de gastvrijheid waar mijn moeder over sprak is ver te zoeken.
In de inmiddels anderhalf uur dat ik hier ben, heb ik weinig aansprak gehad en weinig mensen gezien.
Een rilling rolt over mijn lijf. De eenzaamheid die ik nu ervaar bevalt mij totaal niet en is ook niet voor mij weggelegd.
Het drukke leven die ik thuis ervaar bevalt mij beter dan de stilte die ik hier beproef.
Als een donderslag bij heldere hoor ik een doffe klap. Ik besef al snel door een flinke pijnscheut die door mijn lichaam schiet dat ik door iets geraakt ben.
Lang kan ik hier niet over nadenken en al zeker niet reageren. Mijn lichaam voelt zwaar, alles om mij heen begint te tollen en voor ik het weet is het enige wat ik zie zwart. Het zwart van niks.

Vage stemmen hoor ik in de verte, maar wat er precies besproken wordt kan ik niet verstaan. Inmiddels besef ik dat mijn gehoor het enige is waar ik op kan vertrouwen, waar ik op moet vertrouwen. Doordat er een één of andere stoffen zak over mijn hoofd getrokken is, zijn mijn ogen op dit moment niks waard.
Langzaam hoor ik de stemmen dichterbij komen. Met al mijn concentratie focus ik op wat de stemmen te bespreken hebben.
‘Je kan wel blijven doorgaan met je argumenten, maar ik ben het nog steeds niet met je eens. Wat je nu gedaan hebt, is gewoon een groot risico. Ik hoop dat ze niks heeft meegekregen en nog steeds buiten westen is. Dan kunnen we haar ongezien weer terug brengen naar waar je haar vandaan had.’
‘Alsof dat niet zal opvallen. De zus van the big boss wordt gevonden met een beurse plek op haar hoofd. Dan zal zeker de bom barsten.’
Even valt het stil, de zak die over mijn hoofd zit, wordt van mijn hoofd getrokken. Door de schrik ontgaat mij per abuis een zachte gil.
‘Kijk, dat is mooi. Mevrouw is wakker, dus doen alsof er niks gebeurd is gaat helaas niet op.’
Twee dames staan er voor mij. Beide dames zien eruit alsof ze niet meer de jongste zijn. Grijs haar en rimpels geven aan dat hun leeftijd minstens de vijfenzestig gepasseerd moet zijn.
Hoewel de dames al een aardige leeftijd hebben bereikt, kijken ze nog wijs en bijdehand uit de ogen. Ook gezien hun kleding zullen hun denkwijze wellicht wilder zijn dan hun leeftijd doet vermoeden.
Nog voordat ik mijn mond kan opentrekken wordt er al door één van de dames van wal gestoken.
‘Het spijt mij enorm dat je in deze positie terecht ben gekomen. Laat mij je even helpen overeind te komen…’
Nog voordat deze spraakwaterval verder haar betoog houdt, haak ik in.
‘Ik zou het waarderen als mijn handen ook zeker even losgemaakt kunnen worden. En graag wil ik even uitleg over deze situatie.’
Ik wil het kort en bondig houden, bang dat de stortvloed van woorden mij zal overrompelen.

De dame die mij uit mijn benaderde positie helpt, stelt zich voor als Josephine. En haar metgezel gaat door het leven als Gerda.
Hoe bizar dit voorval ook is, op de één of andere manier kan k niet boos zijn. Want ik heb zo’n gevoel dat deze dames, het allemaal niet zo kwaadwillend bedoeld hebben. Alleen de tact ontbreekt in de handeling.

‘Dus als ik het goed begrijp, is mijn zus het kwade brein achter een organisatie die mensen ronselt om vervolgens mensonterende en bizarre rituelen op elkaar te laten uitvoeren?’
Terwijl ik een slok van mijn pikzwarte koffie neem, bevestigen Gerda en Josephine mijn beknopte samenvatting.
Een korte stilte volgt. Ik kijk nogmaals om mij heen om de omgeving goed in mij op de nemen. Een stenen trap leidt met 14 treden naar een robuuste houten deur en het lage plafond geeft een benauwend gevoel.
Naast het lauwe licht van een lamp die provisorisch is opgehangen, wordt de ruimte ook verlicht door een kleine raam die bijna het plafond aantikt.
Hierdoor krijg ik de indruk dat we ons deels ondergronds bevinden.
Alle woorden die Gerda en Josephine hebben gesproken, laat ik op mij inwerken. De gruwelijkheden werden tot in detail verteld. En niks werd gespaard of achter gehouden.
‘Dus als ik jullie geloof, wat kan ik er dan aan doen? Verwachten jullie van mij dat ik haar tegen kan houden?’
‘Bewijs kan ik je zo aanbieden, dat is geen enkel probleem. Alleen moet het bewijs hier weg zien te komen. En daarvoor hadden we jou in gedachten.’ Hoopvol kijkt Gerda na haar gesproken woorden mij aan.
‘Ik heb altijd al gedacht dat mijn zusje niet alles op een rijtje had, maar dit… Ik wil uiteraard bewijs zien! Ik vind dit wel een hele zware beschuldiging!’
Gerda en Josephine kijken elkaar aan en vervolgens kijken ze mij weer aan.
‘Je kan alles live aanschouwen, als je denkt het aan te kunnen.’
Nog vol ongeloof knik ik met een zelfverzekerde houding. ‘Kom maar op.’

En voor ik het weet aanschouw ik iets wat voor velen andere wellicht het meest gruwelijke is wat ze ooit zullen zien.
Gerda en Josephine hebben mij op sleeptouw genomen en na een korte wandeling in een ondergronds stelsel komen we uit bij een donker hoekje van een grote ondergrondse kelder.
De ruimte wordt opgelicht door fakkels die het en der aan verschillende pilaren gebonden zijn.
In het midden van de zaal staat een altaar waarop een menselijk lichaam geheel opengereten ligt.

‘Waar is iedereen?’ Ik constateer een lege ruimte en dat beangstigt mij.
Schichtig kijk om mij heen.
‘Wees gerust, Brechje. Iedereen die aan dit ritueel heeft deelgenomen, is nu een gebedsdienst aan het bijwonen. Als verplichte afsluiting van dit ritueel.’
Ik probeer mijn ademhaling onder controle te krijgen, maar ik merk dat dit vrijwel onmogelijk is. De paniek raast door mijn aderen.
Even verschijnt er een zwarte vlek voor mijn ogen. De zoveelste deze dag.
Ik sluit mijn ogen en knijp ze stevig dicht. Herinneringen uit een ver verleden razen door mijn hoofd met bijbehorende beelden die wellicht nog vele malen erger zijn dan het levenloze en verminkte lichaam die nu op het altaar ligt.
Eindelijk was ik verlost van een leven vol met angst. Een leven die gebonden was aan rituelen en aan bevelen opvolgen.
Dat leven heb ik achter mij gelaten en dat laat ik ook achter mij. Tot zojuist had ik het een veilige plek gegeven, ver opgeborgen zonder kans op herinneringen.

Bij verraad zal het mijn hele leven achtervolgen. Geen moment rust.
Waar ik ook zal gaan of staan, deze sekte zal mij altijd achtervolgen.
En zal niet eerder rusten voordat ze mij hebben gewroken.
Mijn leven is van mij en net zoals destijds neem ik nu weer het heft in eigen handen. Mijn lieve zusje zal mij dankbaar zijn, ongetwijfeld.
Ik draai mij naar de dames toe en besef dat ik iets in mijn handen heb. Ongecontroleerd zwaai ik het zware ding enkele keren in het rond en raak mijn gewilde slachtoffers misschien net iets meer dan mijn bedoeling is. Maar op dit moment interesseert het mij niet.
Wat mijn zusje doet moet ze lekker zelf weten, maar ik hoef daar verder niet bij betrokken te raken. Op wat voor manier dan ook.

Ik laat de boel voor wat het is en dwaal door de kelders van het klooster.
Ik wil hier weg en het liefst zo snel mogelijk. Na een dwaling van wat voor mij een eeuwigheid lijkt, kom ik op de binnenplaats uit. Aan de stand van de zon te zien is het inmiddels al ergens eind van de middag.
Ik haal diep adem, de frisse lucht doet mij goed.
Het is tijd om maar eens te gaan, concludeer ik. Ik heb de rust weer herpakt en ik kan alles weer aan.
Nog even geniet ik van de stilte, nu het nog kan. Straks ben ik weer te vinden in de hectiek, de hysterie waar ik toch het liefst te vinden ben. Daar waar ik toch zo van houd.

‘Dank je, Brechje. Ik waardeer wat je gedaan hebt.’
Ik kijk om en zie mijn zus als de grote bron van rust geleund staan tegen een muur.
‘Je weet het, Lon. Geen gezeik meer! Je weet dat ik er mee klaar ben.’
‘Dat weet ik maar al te goed, maar je hoeft je geen zorgen te maken.’
‘Dan ga ik maar weer. Denk je wel een beetje om je zelf, lief zusje?
Lonneke geeft een knikje en glimlacht.
Voordat ik definitief dit duistere oord achter mij laat, kijk ik Lonneke nog even aan. Een vertwijfelde blik werp ik haar toe.
‘Ik weet van het bewijs, Brech. Is al geregeld.’
De twijfel maakt plaats voor een glimlach. ‘Bedankt.’

Een afscheid, zo bizar. Nooit zal ik mijn zus begrijpen. Net zo min zal zij mij ooit begrijpen.
Ieder onze eigen weg gegaan. Maar toch, diepgeworteld, zit het er.
Niemand die het ziet. En zeker door ons beide ontkend.
En nooit zal het worden uitgesproken, maar zeker wel gevoeld…
Onze zusterliefde.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *